Griekenland 2026

Vrijdag 24 April: Leeuwarden – Kitzingen (D)

Uitgezwaaid door zoon kachelen we opgewekt de straat uit. ‘Even de Reisgenoten appen.’ zegt de helft van ons.

Het spel is op de wagen en richting grens gaat het. Het rijdt lekker door en het zonnetje schijnt al uitbundig. Bij de grens waarschuwen matrixborden voor 20 minuten oponthoud. Geeft niks, we sluiten keurig aan in de file. Als we bijna bij de bekende witte tent zijn, zien we wel 7 busjes en auto’s van de grenspolitie staan. Maar er is niemand te bekennen. Ze zitten zeker met z’n allen ergens aan de Kaffee mit Kuchen want het is inmiddels koffietijd en Ordnung muss sein, niet waar?

Geen uitzicht op zwaarbewapende grenspolities dus, maar wel stapvoets hotsen en botsen door een 5-tal diepe, brede gleuven die dwarsover in het asfalt zijn gefreesd. Komen die gloednieuwe steunveren die we onder ons busje hebben laten zetten meteen goed van pas. Dát dan weer wel.

Al met al is het vijf uur als we het terrein van de camperplaats op rijden. Poeh, wat is het daar al vol! Maar we vinden nog een ruime plek waar makkelijk twee campers naast elkaar kunnen staan. En de koffie is gauw gezet.

De stoelen naar buiten, koffie en daarna de borrel op tafel en uitgebreid bijkletsen. De kop is er af. Een prima dag!

Zaterdag 25 april: Kitzingen (D) – Unterschwarza (A)

‘s Ochtends in alle vroegte is het – na een koude nacht – behoorlijk kil. We zitten bibberend buiten. Maar het belooft een mooie dag te worden onder helderblauwe luchten. We ontbijten lafjes, een bakje oploskoffie en dan gaan we op tijd op pad. Vanuit Kitzingen zit je, na wat kilometers binnendoor zomaar weer op de snelweg richting zuiden.

De dieselprijzen blijven een pijnlijk topic. Maar als je lampje brandt en de volgende pomp pas dik honderd kilometer verderop is, is er geen ontkomen aan. Dus betalen we langs de snelweg noodgedwongen de hoofdprijs.

We nemen de route via Graz. Als je de afslag München eenmaal voorbij bent, wordt het meteen rustiger op de weg en rijdt het prima door. Tegen twaalven scoren we de digitale vignetten voor Oostenrijk en Slovenië en de tunnels op onze route. Lekker makkelijk, kun je zó doorrijden op de groene rijstrook en voorkom je wachttijden bij de tolpoorten.

Zes kilometer voor de grens met Slovenië gaan we de snelweg af en vervoegen we ons op de camperplaats van Oliver Kocht. Een jong terrein dat er keurig bij ligt. Gaar van de lange rit springt de helft van ons onder de douche en warempel: de korte broek en het zomerjurkje kunnen aan. Dát hebben we in Oostenrijk nog nooit meegemaakt! De helft van ons belt alvast met Camping Hellas om twee plaatsen te reserveren. De pannen gaan niet al te laat op het vuur en de luiken op tijd dicht. Morgen drie grenzen over en dan zijn we er al bijna!

Zondag 26 april: Unterschwarza (A) – Sremska Mitrovica (SRB)

Echt feeëriek is de camperplaats niet, maar hij biedt pragmatisch alles wat de doorreiziger begeert: nachtelijke stilte, prima sanitaire voorzieningen, verse broodjes-service en voor wie het niet bij een snel handwasje wil laten zelfs een wasmachine. Het duurt even voordat de zon onze plekken heeft bereikt maar het krieken van de dag brengt de belofte van hemelsblauwe luchten en een stralende zon.

We starten de dag met een bezoekje aan de plaatselijke pomp. Weg van de snelweg tanken levert hier in het Oostenrijkse niet eens zoveel op. We besluiten er verder geen hoofdbrekens meer over te hebben, al verheugen we ons stiekem alvast op de vooroorlogse prijzen in Noord-Macedonië.

Drie grenzen moeten we over vandaag en bij de eerste twee gaat het gesmeerd.

Zagreb voorbij wacht ons een lange, saaie route. Veel vermaak langs de weg is er niet. Behalve de vele paarden die je hier overal ziet.

En dan moeten we eindelijk Kroatië weer uit.

We doen er bijna anderhalf uur over om de Europese Unie te mogen verlaten. Alle passagiers uit personenauto’s en mini-busjes moeten uitstappen, geregeld worden kofferbakken gecontroleerd en ondertussen kruipen reizigers op motoren onbeschaamd voor in de rij. Het is een aanslag op ons geduld.

Aan de Servische kant van de grens zeggen we vriendelijk ‘Hello!’ tegen de grenspolitie die in zijn hokje zit. ‘Goodbye!’ groet hij terug. De Servische douanier in het volgende hokje vraagt waar we heen gaan en informeert belangstellend of everything oké met ons is. Ja hoor! En dan mogen we door.

De wegen van de EU blijven ondoorgrondelijk…

Nu is het nog maar een klein stukje naar Camping Zasavica. Marko zwaait er nog steeds de scepter en is nog steeds niet zo van de procedures dus de check-in bestaat enkel uit het aansluiten van de stroom en dan linea recta naar het terras voor bier, wijn en een heerlijk maaltje.

Voldaan en tevreden rollen alle 4 de Reisgenoten hun camper in. En na zo’n bacchanaal gaan de luiken vroeg dicht.

Morgen langs de supermarkt en dan een etappe zonder grenzen. We hebben er zin in!

Maandag 27 april: Sremska Mitrovica (SRB) – Vranje (SRB)

Heerlijk stil was het vannacht hier zo tussen de bomen. De vroege vogeltjes kwinkeleren er al lustig op los als wij rustig aan de dag beginnen.

De eerste stop is de pomp. Een béétje erbij zodat we morgen in Noord-Macedonië de tank tot aan de nok toe kunnen vullen. Daarna naar de supermarkt. De bejaarde slager is er niet. Zou hij dan eindelijk met pensioen zijn? Maar we worden altijd blij van zo’n rondje langs de schappen. Veel is er niet nodig en de dames onder ons worden door de wederhelften vakkundig weggehouden bij de schaaltjes, het speelgoed, de plastic bakjes, het serviesgoed en de andere huishoudelijke artikelen. Dus staan we zó weer buiten met de buit.

Hup, de tolweg op richting Belgrado. En eerlijk is eerlijk, het is niet écht vakantie als je je niet tenminste 1 keer verrijdt.

Helemaal niet erg. Terug bij de tolhokjes rekenen we af, maken we een U-bocht, tappen een nieuw kaartje en kunnen we ons nogmaals verwonderen en verbazen over de Servische wegwerkers die zonder afzetting hun werk moeten doen.

De rit naar het zuiden voert ons over de Servische vlakte, de Vojvodina, die bekend staat als de graanschuur van Servië. De vlakte maakt onderdeel uit van het Karpatenbekken dat overbleef toen miljoenen jaren geleden de Pannonische Zee opdroogde.

Het ronden van Belgrado is – met dank aan China – zomaar gepiept.

Achter Belgrado verandert het landschap weer. Eerst heuvelend, dan bergachtig en steeds weelderig groen.

Bij Nís gaat het verkeer richting Bulgarije en Turkije rechtsaf. Wij stomen door naar het zuiden. En kiek, Griekenland staat nu ook voor het eerst op de borden!

Tegen vijf uur komen we aan op Enigma. Een hartelijk weerzien. Het terrein ligt er florissant bij. Ze hebben het afgelopen jaar niet stilgezeten: het vernieuwde zwembad is bijna klaar en op het grote, nieuw aangelegde terrein staat een Duitse groepsreis gezellig bij elkaar. De stroom aansluiten en dan naar het terras voor pivo en een wijntje en vooruit… een hoognodig we-zijn-er-bijna’tje.

‘s Avonds eten we als vanouds heerlijk in het restaurant.

Dinsdag 28 april: Vranje (SRB) – Kato Gatzea (GR)

Equipe Emmeloord is al heel vroeg bij de pinken en 058 volgt niet veel later. Een vlug ontbijt, lozen en tappen en dan zijn we iets na achten al weer op weg.

Een van de leuke dingen van samen reizen is dat je jezelf nog eens ziet rijden.

En zo is het!

Servië uit en Noord-Macedonië in gaan beide vlot. De zwerfhonden zijn er nog steeds, van de bedelaars is geen spoor te bekennen.

Op naar de Motorway Friendship, waar de Macedoniërs zeer bescheiden tol heffen en we op fenomenale uitzichten worden getrakteerd.

Behalve de contreien langs het meer van Ohrid, kennen we de rest van Noord-Macedonië nog niet. Misschien toch eens op ons verlanglijstje zetten…

Na een tankbeurt waarbij we tot de rand toe vullen, zijn we rond 12:30 uur bij de grens.

Op 10 april dit jaar werd het Entry/Exit Systeem (EES) in Griekenland ingevoerd. Van reizigers van buiten de EU die voor maximaal 90 dagen inreizen worden nu vingerafdrukken en een gezichtsfoto geregistreerd. Dat geeft natuurlijk wat oponthoud want al die inzittenden moeten uitstappen en zich een voor een opstellen voor de apparatuur. Een medewerker van Frontex houdt één en ander in de gaten. Als wij dan eindelijk aan de beurt zijn mogen we gewoon blijven zitten en door het raampje onze paspoorten geven.

We zijn er! En dat heugelijke feit vieren we ter plekke met frappé’s en kaaspastei.

De klok springt een uur vooruit en de roaming kan weer aan. Er ligt nog flink wat sneeuw op de Olympos.

Nog een dikke tweehonderd kilometer scheiden ons van de Golf van Volos. Dat stelt natuurlijk niet zoveel voor als er al bijna 2400 kilometer onder je wielen zijn doorgegaan, maar juist die laatste kilometers zijn het taaist…

Eindelijk komen de witte stad Volos – de stad van de Argonauten – en de bergen van de Pilion -waar de Centauren heersten – in zicht.

Nog zo’n twintig kilometer. Linksaf de Pilion op.

Het weerzien met camping Hellas is fijn. We krijgen twee mooie plekken vlakbij zee.

En ‘s avonds is het goed vertoeven in de taverna. Het lanterfanten, rondlummelen en ompannekoeken kan beginnen!

Woensdag 29 en donderdag 30 april: Kato Gatzea (GR)

Het is heerlijk wakker worden met het zonnetje op je bol en het zalige besef dat er de komende dagen niks moet. Dus doen we het lekker kalm aan. Koffie zetten, ontbijten, vogels kijken… Maar zoals altijd kan de helft van ons het niet laten en húp, die wasmachine zal vol ‘want dan kan het wintergoed weer in de kastjes’. We toffelen even naar het dorp om een vliegenmepper en natuurlijk een frappé aan de waterkant.

In afwachting van het seizoen, is het nog rustig aan het kleine boulevardje. Een Griekse dame staat trots haar voortuintje te fotograferen. En het moet gezegd: haar potten en rozen staan er prachtig bij. ‘Kalá, kalá!’ roepen we en dat wordt duidelijk door haar gewaardeerd. Maar dan begint ze natuurlijk terug te praten en stokt de conversatie van onze kant al gauw want zoveel Grieks kennen we natuurlijk ook weer niet.

En kijk, de plaatselijke papa is ook al op pad.

Het kleine supermarktje heeft een breed assortiment en verkoopt de vliegenmeppers per bundeltje van drie. De chef snapt ook wel dat we drie wat teveel vinden en duikelt vanuit de krochten bij z’n kassa nog een los, fluorescerend groen exemplaar op. Helemaal mooi, wij kunnen weer meppen.

We genieten aan de waterkant heerlijk van onze frappé, de plaatselijke groenteboer kachelt in z’n Isuzu met megafoon langs en een poes laaft zich aan het zonnetje. Wat wil een mens nog meer?

Terug op de camping moet er nog even een heldendaad worden verricht want er zit opeens een enorme sprinkhaan in ons busje. Met een spatel en geduld wordt het beest naar buiten gewerkt. Hij heeft maar 1 achterpoot, dus enorme sprongen kan hij niet meer maken.

En verder rommelen we heerlijk aan, we eten nog een keer in de taverna en koken een keer een eigen potje. Het waren twee prachtige dagen. En ach, zo’n mals regenbuitje in de avond hoort er in deze tijd ook bij, toch?

Plaats een reactie