Maandag 1 juni: Shkodër (AL) – Boge (AL)
De lucht boven de Albanese Alpen is hemelsblauw met vriendelijke schapenwolkjes. Op naar de bergen! Maar eerst vervoegen we ons tegen half negen bij het restaurant voor een heerlijk ontbijtje met koffie en verse sju. Haast is er niet, want ons doel voor vandaag ligt maar 40 kilometer verderop.

Tegen half 11 gaan we op pad. Iets achter Koplik slaan we rechtsaf richting Boge en Theth. We zijn niet de enigen. Nu de weg naar Theth helemaal is geasfalteerd, is een tochtje de Alpen in niet alleen meer voorbehouden aan toeristen met 4-wheel drives en georganiseerde excursie-bedrijven. Zelfs caravanbezitters wagen het erop. En dat maakt dat je zowat in colonne over de smalle weg naar boven rijdt. En in de ochtend komen er ook weer colonnes naar beneden. Elkaar passeren is passen en meten, vooral als er ook een heuse touringcar aan de afdaling is begonnen.

Voor de chauffeur is het een inspannende rit. Maar wat is het hier mooi!

Het vee loopt hier gewoon los rond, dus af en toe liggen er wat koeien op de weg die blijkbaar zó aan het verkeer zijn gewend dat ze rustig blijven liggen.



In Boge vervoegen we ons bij Boga Alpine Resort. Daar is nog plek zat.


Het is een prachtige plek met rondom uitzicht op de bergen. En ze hebben ook een heel lief hondje dat met alle gasten even komt kennismaken.

‘s Avonds eten we binnen in het restaurant heerlijke kip, patat en gegrilde groenten.
En als de zon zakt, krijgen de bergen om ons heen een gouden randje.

Het vee sjokt ook weer huiswaarts voor de nacht en geregeld horen we in het dorp mensen schreeuwen om de dieren uit hun moestuinen te verjagen. Ook de camping willen maar mogen ze niet op.

Opa haalt z’n drie schapen binnen voor de nacht.

En dan gaat iedereen met de kippen op stok. Welterusten!

In de nacht krijgen we regen en onweer over ons heen. En dat zijn, hier boven in de bergen, flinke klappen!
Dinsdag 2 juni: Boge (AL) – Blagaj (BiH)
We leren het ook nooit… natuurlijk de boel weer buiten laten staan zonder luifel dus de stoelen zijn zeiknat na al die regen van vannacht. In de vroege ochtend trekken de laatste buien weg.

En gelukkig, dan breekt het zonnetje al gauw door en kan het dagelijks leven weer beginnen. De eerste koeien lopen alweer klingelend langs de camping en de schaapjes mogen uit hun nachtverblijf. Ze dartelen de vrijheid weer opgewekt tegemoet.

Om de tegemoetkomende file voor te zijn vertrekken we al tegen half 10.

We zoeven zonder al te veel tegenliggers weer naar beneden.

De bergen uit rijden we langs een gevangenis. Een enorm groot complex. Nooit geweten dat die hier was! De motiverende teksten op de buitenmuren roepen op tot van je hela, hola, hou er de moed maar in.

En dan rijden we weer op het meer van Shkodër af.

De grens bij Hani i Hotit is dan niet ver meer en we zijn ook wel toe aan Montenegro want daar komen weer euro’s uit de geldautomaat. Montenegro heeft geen eigen munteenheid. Na de val van het IJzeren Gordijn sloot het land zich aan bij de duitse mark. Toen die plaatsmaakte voor de euro ging Montenegro mee. In afwachting van de toetreding tot de EU (die waarschijnlijk in 2028 zal plaatsvinden) mogen ze de euro blijven gebruiken.

De grenspost bij Hani i Hotit is maar klein. Er is weinig ‘niemandsland’ en nu het aan de Albanese kant veel vlotter doorloopt dan bij de Montenegrijnen hoopt het verkeer zich in dat kleine stukje rap op.
Aan de kant van Montenegro is maar 1 hokje open en dat blijkt algauw niet genoeg. Er gaat nog een hokje open en dan begint het gedonder.
Niet alleen de Albazenen en de Montenegrijnen hebben in zo’n situatie een kort lontje en beginnen luid te toeteren, er wurmt zich ook een Duits echtpaar in hun grote Chausson tussen door terwijl ze niet van hun claxon af kunnen blijven. De bijrijdster krijgt het door het open raam, terwijl hij ons busje nét niet schampt, nog even met ‘m aan de stok. Wij staan hier inmiddels al bijna een uur vast en dan wil je toch graag even weten waarom hij vindt dat hij meer rechten heeft dan een ander. Uiteindelijk belanden we, fatsoenlijk als we zijn, achter hem in de rij. En dan, als we achter hem voor het hokje staan, doet Karma toch haar werk. Een vrachtwagenchauffeur komt bij de grenspolitie verhaal halen omdat de Duitser schade zou hebben veroorzaakt aan z’n vrachtwagen. Z’n papieren worden ingenomen en hij moet achter het hokje aan de zijkant parkeren. Wij mogen goedgekeurd mét stempeltje door. Geen groter vermaak dan leedvermaak, zullen we maar zeggen.
In Niksic gaan we op zoek naar een geldautomaat en die zijn er genoeg maar de parkeerplekken zijn schaars. Uiteindelijk komen we uit op een prachtig stadsplein waar je natuurlijk niet mag parkeren. Maar omdat er tegenover een bank is, wagen we de gok, ook al staat er vlakbij een politiewagen. En ja hoor: terwijl de bijrijdster haastig de flappen tapt, mag de chauffeur aan de politieagent uitleggen waarom hij hier staat terwijl dat overduidelijk niet mag. Na wat uitleg zegt de agent ‘Oké, one minute!’. Dát redden we niet maar toch rijden we zonder bekeuring weg. Dank!
Om weer een beetje van de schrik te bekomen trakteren we onszelf achter Niksic op een late lunch bij een etablissement waar ook veel Bosniërs aansteken. En dat is altijd een goede keus.
Helemaal voldaan vervolgen we onze weg.

De grens met Montenegro en Bosnië zijn we om half vier ‘s middags zomaar over.

Ons doel is camping Heaven in Nature in Stolac, maar daar zullen we vandaag niet komen.
Opeens is er blijkbaar een wegomlegging en worden we door een meneer de bergen in gedirigeerd. Annie raakt volkomen van de mik en wij ook want natuurlijk staan nergens omleidingsborden en dus verdwalen we hopeloos.
Uiteindelijk, na heel wat nutteloze kilometers vinden we een uitweg richting de bewoonde wereld. We zijn inmiddels zó zat van de rit en moe van deze lange reisdag dat we amper nog meekrijgen hoe mooi het hier is. Het is inmiddels al een uur of 6. Op goed geluk geven we Annie de opdracht naar de eerste de beste camping te rijden.
En dat is Autocamp Blagaj aan de rivier Buna. Het blijkt een absolute parel te zijn. De ontvangst is super hartelijk, we worden getrakteerd op een mooie plek, krijgen als welkom gratis een glas bier en wijn, home-made gebak en er wordt ons ook nog een fles wijn in de hand gedrukt.

Als we eenmaal geïnstalleerd zijn, komt de eigenaar samen met opa langs met een krat vol kersen uit eigen tuin. Of we zelf een bakje hebben? Met gulle hand wordt er uitgedeeld.

Zoveel gastvrijheid… het is om verlegen van te worden.

We springen onder de douche en zitten daarna nog lekker een poos buiten. Wát een mooie plek!
En werkelijk waar, ze laten hier niks aan het toeval over.
