Glyfa (GR) – Tsapi (GR)

De muggen hebben de helft van ons vannacht weer behoorlijk dwars gezeten.

We staan niet al te vroeg op, ontbijten, saniën, betalen en gaan op weg richting Methoni. Deze ‘vinger’ van de Peloponnesos hebben we nog niet eerder gezien. Via Pirgos zakken we af naar het zuiden, met als doel ergens in de buurt van Methoni een camping te zoeken. In Kyparissa stuiten we op een bonte uitstalling vogelverschrikkers. Het ziet er nogal macaber uit.

08 05 01

In Filiatra krijgen we de Eiffeltoren te zien, gebouwd door een plaatselijke kunstenaar.

08 05 02

Aan de zuidkant van Filiatra nemen we de tijd voor de lunch. Aan het strand, waar veel Grieken de zondag doorbrengen, eten we in een lawaaierige taverne een heerlijke bifteki en pork-chop van de grill. De ijskoude cola die we er bij drinken, verdampt meteen.

08 05 03

Het stadje Pylos is erg charmant, maar aan de lelijke nieuwbouw te zien duidelijk al in de greep van vastgoed-ontwikkelaars. Er staan veel borden langs de weg met likkebaardende reclame voor nieuw te bouwen vakantiehuizen met-schitterend-uitzicht-op-zee. Er schijnen hier al veel Engelsen neergestreken te zijn.

 

De campings rond Methoni blijken vol of niet aantrekkelijk. Dus besluiten we door te rijden naar Koroni en desnoods vanaf daar aan de oostkant noordelijk te gaan richting Kalamata. Opeens zien we een klein bordje langs de weg: Camping Taverna in Tsapi. Voor we het weten zijn we de afslag al voorbij. We keren het busje en rijden terug. Wat volgt is een kilometers lang, supersmal weggetje door de bergen. We verlekkeren ons aan het idee dat we misschien wel aan een mooi baaitje terecht komen waar we naast een taverne kunnen staan met uitzicht op zee. Toeristisch kan het hier niet zijn, want we komen immers nauwelijks auto’s tegen, toch? (Gelukkig ook maar, want het is echt een héél smal bergweggetje en we rijden aan de buitenkant.)

Uiteindelijk komen we uit bij zee. Het gehucht Tsapi blijkt te bestaan uit een prachtige baai, 3 huisjes, 2 tavernas en een ietwat chaotische camping die voornamelijk door Grieken wordt bevolkt. Er is nog maar weinig plek. Met moeite kan het blauwe busje in de bloedhete op één van de laatste plekken worden gemanoeuvreerd. Om een beetje bij te komen, strijken we neer op het terras van taverna Maria. Er zitten veel Griekse families te eten na een zonovergoten zondag aan het strand. De wijn en de Mythos smaken goed.

08 05 12

Tegen 23:00 uur lopen we in het donker nog een keer naar de taverna voor een laatste drankje en een hapje. Er zitten nog steeds Griekse families te eten en vanaf zee zien we de lichtjes van bootjes die in het donker nog komen afmeren aan het strand. Griekser dan dit kun je het haast niet krijgen… Morgen gaan we de berg weer op en dan verder richting de Mani.

Glyfa (GR)

Wéér zo’n lekker dagje! Het tempo vandaag is zo mogelijk nog lager en lomer dan gisteren. Het doen van een handwasje is de grootste inspanning. De Kobo-reader maakt flink wat kilometers en verder is het zwemmen, luieren en genieten.

’s Avonds staat er souvlaki en moussaka op het menu. Met een mythos en een wijntje. Het Zwitserlevengevoel…

08 04 01

Glyfa (GR)

De minimarket heeft lekker vers brood, dus dat treffen we. Echte broodbakkers zijn de Grieken niet. Ze zijn vooral gespecialiseerd in brood met dikke harde korsten dat binnen een uur zo hard wordt dat je er met gemak een Trojaanse oorlog mee kunt uitvechten.

We hijsen ons in de zwemkleding en met het gevonden luchtbedje begeven we ons richting zee. Fijn, dat daar overal ligbedden en parasols staan want het is bloedheet. Om bij de ligbedden te komen is even doorbijten: het zand brandt onder de voeten. En dan liggen we erin. Het water is heerlijk. We plonzen en dobberen een poosje rond en dan gaat het gestrekt onder de parasol: hier zouden we zomaar aan kunnen wennen.

08 03 01

’s Avonds eten we in het restaurant onze eerste choriatiki, gyros en gemista van dit seizoen.

08 03 05

De muggen jagen ons vroeg naar binnen.

Plataria (GR) – Glyfa (GR)

Vandaag rijden we richting de Peloponnesos. Het is een stralende, warme dag en we zijn al vroeg op weg. Het gaat voorspoedig. In Preveza rijden we pal langs het vliegveld. Tui is al weer druk in de weer met de aan- en afvoer van vakantiegangers en dat doet ons terugdenken aan het mooie weekje met de kinderen op Lefkas vorig jaar mei. We duiken à raison van dik 7 euro de tunnel van Preveza in en daarna is het tijd voor een koffiestop met uitzicht over de golf van Amvrakikos.

 

We tikken 8 euro af voor een stukje (bijna) lege snelweg.

08 02 11

En dan komt de brug bij Rio in zicht. Dik 12 euro armer rijden we de Peloponnesos op.

08 02 12

De nieuwe rondweg van Patra leidt je om de stad heen. Dat vinden we niet erg, want we herinneren ons Patra als vies, druk en chaotisch. Een stad waar je weinig aan mist: je komt er eigenlijk alleen maar als er een ferry gehaald moet worden.

We kachelen over de New National Road richting zuiden. Echt nieuw is deze tweebaansweg inmiddels niet meer te noemen. Hij is wel breed. Naar goed Grieks gebruik rijden we keurig half over de brede vluchtstrook, zodat iedereen elkaar makkelijk kan inhalen. Het landschap is hier vlak en weinig spectaculair. Vruchtbaar is het hier wel: er wordt veel groente en fruit geteeld in lelijke plastic kassen. Het is overduidelijk watermeloenen-oogsttijd. We zien veel vrachtautootjes beladen met grote, kogelronde watermeloenen. En ook personenauto’s met open achterklep, volgestouwd met enorme meloenen die de achteras gevaarlijk doen doorbuigen.

Camping Ionion Beach in Glyfa heeft nog plek voor ons. We parkeren ons busje op een plaats van dik 150 vierkante meter, vlakbij het strand, het zwembad, het restaurant en met zicht op Zakynthos. Wat is het mooi hier! En dat vinden de vliegen en de muggen ook.

08 02 12

Plataria (GR)

Ons plekje op Elena’s Beach is niet al te ruim, maar wel schaduwrijk. We zien door het hek een stukje zee en het strandje is vlakbij.

31 7 13

Zwemmen is er vandaag nog niet bij: eerst moeten de wondjes van de muggenbeten herstellen. We brengen de dag in lome ledigheid door. We komen niet verder dan een handwasje, een veger door het busje, een cryptogrammetje en een drankje op het terras. Tegen het vallen van de avond poken we de safarichef op voor een lekker home-made maaltje. Meer hoeft het vandaag niet te zijn.

1 8 2

 

Gjirokastër (AL) – Plataria (GR)

We zijn alweer vroeg uit de veren. Op naar Griekenland! De weg ligt er vlak en strak in en er is weinig verkeer.

Het is niet zo ver naar de grens. Het duurt even om Albanië uit te komen. De reuring rond het grensgebeuren verwondert, verbaast en amuseert ons. Een touringcar wordt leeggehaald: alle passagiers moeten uitstappen en hun bagage op lange tafels langs de weg uitstallen ter controle. Er steken mensen met boodschappentassen lopend de grens over en een bedelaar houdt, bellend met zijn mobiele telefoon, kantoor in een leegstaand douanehokje. Ook hier wordt weer een auto binnenstebuiten gekeerd. Wij mogen, na het tonen van de paspoorten en de groene kaart, zonder probleem door.

31 7 7

Nauwelijks een kilometer verder rijden we Griekenland binnen.

31 7 8

We slaan vlak voor Ioannia rechtsaf en nemen de oude weg naar Igoumenitsa. Een prachtige route.

31 7 12

Nu de nieuwe snelweg al een aantal jaren klaar is, rijdt er over de oude weg nog maar weinig verkeer. In Voutsaras stoppen we voor onze eerste frappé. Als we parkeren, raken we aan de praat met een Grieks-Nederlands gezin dat op bezoek is bij hun 80-jarige Griekse vader en opa. Ze komen uit Maastricht en brengen hun vakantie bij hem door. De zoon geeft ons een inkijkje in de economische en sociale stand van zaken in Griekenland. De crisis is nog lang niet voorbij. In ruil voor de laatste tranche die onlangs is vrijgegeven, moeten de pensioenen in januari nog verder worden verlaagd. Zijn vader heeft geluk: hij heeft in Maastricht zijn hele werkzame leven bij Sfinx gewerkt en heeft een Nederlands pensioen. Zijn Griekse leeftijdgenoten kennen die weelde niet. Afhankelijk van de vakbond waarbij ze waren aangesloten, lijden zij in meer of minder mate onder de armoede. Ook is de werkloosheid onder jongeren hoog: meer dan 55% heeft geen werk. Ook in Voutsaras zijn hoogopgeleide jonge mensen weer noodgedwongen naar het dorp teruggekeerd, wonen met hun gezin bij hun ouders in en verdienen de kost met houthakken en het hoeden van schapen- of geitenkuddes. Zo gaat er een hele generatie verloren.

Bij de apotheek/drogist naast de taverna winnen we advies in over de lelijke plekken die de muggen in Skorici bij de helft van ons hebben veroorzaakt. Het blijkt een allergische reactie te zijn. We kopen een verzachtend, herstellend smeerseltje en hopen dat het nu snel zal opknappen, want de plekken zijn erg pijnlijk en ook nog eens géén gezicht.

31 7 9

In Igoumenitsa steken we aan bij de Griekse Lidl. Altijd leuk om te zien hoe sommige producten heel herkenbaar zijn (Ha! Kaasbroodjes!) en andere dingen onbekend. We slaan voor de komende dagen in. Daarna dwarrelen we nog even langs een geldautomaat en komen via een vreemde bocht terecht op het haventerrein. De mevrouw achter het loket van Anek/Superfast is in al haar botte chagrijn wel lekker duidelijk: een overtocht naar Italië kunnen we eind augustus wel op onze buik schrijven vanwege absoluut geen plek meer. Dan niet. Gaan we terug zoals we zijn gekomen: over land, maar dan waarschijnlijk via Macedonië en Servië.

We ronden de kaap langs Igoumenitsa en komen terecht op camping Elena’s Beach vlakbij Plataria. Bijna vol, maar toch nog een plekje!

Shkodër (AL) – Gjirokastër (AL)

Rond de klok van 08:00 zitten we in het restaurant alweer van ons ontbijtje te genieten aan de rand van het meer. Vandaag vertrekken we richting Gjirokastër. Het wordt een fikse etappe via Dürres en Fier naar het zuiden. We betalen de verblijfskosten bij de twee uiterst vriendelijke meisjes in het winkeltje en tanken de watertank vol. Dan hobbelen we weer terug langs het gravel-pad tot we bij de grote weg zijn. We komen een oude man tegen met twee koeien. En zien grote, kapitale huizen die zomaar in het schrale landschap lijken te zijn neergezet. Sommige huizen worden bewoond, vele anderen helemaal niet. En overal staan grote, krullerige smeedijzeren hekken voor. We vragen ons af of en hoe de gemiddelde Albanees financieel in staat is om zo’n kast van een huis neer te zetten.

30 7 1

Amper op de grote weg, worden we rechts ingehaald door een man op een brommertje. Er hangen 3 kippen aan zijn stuur.

28 7 8

Verkeersregels zijn er wel in Albanië, maar bijna niemand houdt zich er aan. De staat van de doorgaande wegen is redelijk en op sommige stukken zelfs goed, maar het gedrag van de verkeersdeelnemers maakt het rijden tot een hachelijke onderneming die constante alertheid vraagt. Er wordt met doodsverachting ingehaald vlak voor onoverzichtelijke bochten, zebrapaden zijn niet meer dan wat wat witte strepen op de weg en als links inhalen niet lukt, dan doe je het gewoon rechts. Tegen de rijrichting inrijden is ook niet ongewoon: als je te lang voor een stoplicht of kruising moet wachten, rij je gewoon slalommend door het tegemoetkomende verkeer in. Gewoon zoveel mogelijk rustig rechts rijden, is ook niet altijd de beste oplossing: de putdeksels ontbreken 9 van de 10 keer waardoor de weg aan de rechterkant vol is met diepe gaten. De handel in oud-ijzer tiert hier waarschijnlijk welig.

30 7 5

De navigatie heeft hier niet altijd bereik, de verkeersborden zijn niet altijd even duidelijk en de bijrijder is gespeend van enig richtingsgevoel. Dat is een combinatie die er voor zorgt dat we zowel in Dürres als Fier even verdwalen. Maar in de stad went het rijden op de drukke rotondes gauw. Er zijn geen rijbanen aangegeven, bijna niemand houdt zich aan de voorrangsregels en dus hebben de brutalen de halve wereld. Onze bus is groter dan de meeste auto’s hier en zonder scrupules wurmt de chauffeur zich vriendelijk lachend en wuivend door het verkeer heen. Dat het wel de nodige stress oplevert, nemen we op de koop toe.

Veel huizen lijken verlaten.

30 7 6

Maar als je goed kijkt, zie je toch tekenen van bewoning.

30 7 8

30 7 2

30 7 7

30 7 4

Zuidelijk van Fier verandert het landschap van vlak en schraal naar bergachtig en groen. We komen kilometers lang geen dorpen of tegenliggers meer tegen.

Camping Gjirokastër ligt zo’n 3 kilometer buiten de stad. Het is een kleinschalige camping met ongeveer 20 plaatsen. De ontvangst is heel vriendelijk, de sanitaire faciliteiten zijn prima en de plekken super-scheef. ‘s Avonds eten we heerlijk in het restaurant en praten met de aardige, jonge serveerster via de vertaal-app op haar telefoon. Ze wil graag naar West-Europa om via studie en werk een beter bestaan op te bouwen. In Albanië is weinig toekomst voor jonge mensen, zegt ze. Alleen al in Gjirokastër zijn de afgelopen jaren 40.000 mensen vertrokken, meer dan de helft van de hele bevolking. Albanië staat in het voorportaal van toetreding tot de EU. Maar nu we het land meemaken, vragen we ons af hoe lang het nog gaat duren voor ze daar echt klaar voor zijn. Bestrijding van de misdaad en de corruptie zijn waarschijnlijk de belangrijkste factoren voor succes.

Later trekken donkere wolken langs en krijgen we een onweersbuitje over ons heen. Echt opfrissen doet het niet.

30 7 18

 

 

Shkodër (AL)

Het verblijf op camping Lake Shkodra is aangenaam.  ‘s Ochtends ontbijten we met een kaas-omelet, brood, kaas, ham, tomaten en koffie in het restaurant met uitzicht op het meer.

Shkoder 3

De prijzen zijn vooroorlogs. Arbeid is sowieso niet duur hier. We zien een oude man die afgevallen blaadjes van het strandje ruimt. Het volleybalveldje en de borders worden door een ander urenlang met de hand gesproeid. We brengen de dag in lui niets-doen door. Het elektronische hek van de camping slaat laat in de middag aan op een kudde langstrekkende geiten. Ze mogen van de receptioniste niet naar binnen.

Shkoder 1

‘s Avonds eten we in het restaurant en zien we de avond vallen over het meer. Het is een plaatje.

Shkoder 4

Bijela (MNE) – Shkodër (AL)

Vanaf de camping is het maar een paar kilometer naar de ferry over de baai van Kotor. We zijn er al vroeg: het is nog vóór 9 uur als we de ferry oprijden. We worden bars aangesproken: we hebben niet het goede kaartje. De verkoopster in het ferry-hokje heeft ons – ondanks dat we meldden dat we dat we met een camper waren – een kaartje van 4,50 euro verkocht. En dat blijkt niet te kloppen: campers betalen 9 euro. Geen probleem, snel-snel halen we het juiste ticket. Het wisselgeld wordt pas terug gegeven als we er expliciet om vragen. Waarom moet het allemaal zo onvriendelijk, vragen we ons af.

Het is een kort, plezierig tochtje. Binnen 10 minuten meren we af aan de overkant. Er gaat ook een weg helemaal om de baai van Kotor heen (en die schijnt heel mooi te zijn) maar de tijdswinst die de ferry biedt, vinden we heel fijn.

Het is even dringen om de boot af te komen. De ferry-medewerkers geven de volgorde van ontschepen wel aan, maar daar houdt bijna niemand zich aan. Als wij mogen afrijden, worden we links en rechts ingehaald. Oppassen geblazen, dus!

Zonder kleerscheuren bereiken we de doorgaande weg en rammelen we verder richting zuiden. De Montenegrijnen houden erg van enorme reclameborden langs de weg. We zijn er al snel achter dat de grootte van menige reclamezuil omgekeerd evenredig is aan de hoeveelheid daadwerkelijke nering.

28 7 1

Het is een rommelig landschap waar we doorheen rijden. De wegen zijn slecht, megalomane hoogbouw wordt afgewisseld door krotten en half afgebouwde en verlaten huizen. Ezelkarren hobbelen langs luxe strandresorts.

28 7 3

Als we de kust eenmaal verlaten hebben, verandert het landschap. Het terrein is vlak en overal wordt groente en fruit geteeld. Grote groepen arbeiders zijn bezig om de oogst van het land te krijgen. In de fruitstalletjes langs de weg zijn, naast de enorme watermeloenen, ook héél veel peren te koop.

28 7 5

In the middle of nowhere, een aantal kilometers voor de grens met Albanië, worden we aangehouden door een politiepatrouille. Ze staan zich hier waarschijnlijk te vervelen en zijn verlegen om een praatje. Hoe lang we al in Montenegro zijn? Waar we naar toe gaan? Waar we vandaan komen? Ah, Bijela is very beautiful! En dat we verder maar een very nice en safe trip mogen hebben. We lachen over en weer en nemen zwaaiend weer afscheid.

Een aantal kilometers voor de grens met Albanië wordt het landschap drassig en moeras-achtig. Dit zijn de eerste uitlopers van het meer van Shkodër.

28 7 6

Tegen de middag bereiken we de grens tussen Bozaj en Hani i Hotit. De douaniers nemen aan beide kanten hun werk uiterst serieus: ze zetten auto’s aan de kant die met 5 man sterk minutieus worden onderzocht. De rest moet wachten. Dus duurt het wel even voor je het grensgebied door bent. Maar wij mogen, na de professionele stuurse blikken, doorrijden. Gelukkig maar: het is een weinig aanlokkelijk idee om in deze hitte ons busje binnenstebuiten te moeten laten keren op zoek naar dingen die er toch niet zijn.

28 7 7

En dan rijden we Albanië binnen. Het landschap is vlak en schraal. In de dorpen is weinig activiteit: veel verlaten huizen, veel armoede. En dat beeld wordt afgewisseld met héél veel benzinepompen: op elke honderd meter tref je er wel eentje aan. Bij veel pompen zijn ook pompeuze hotels gebouwd in een stijl met veel zuilen, pilaren, in vorm gesnoeide buxus-heggen en goudkleurige beelden van adelaars. Of ze veel klandizie hebben? Veel van deze complexen schijnen vooral het doel te hebben crimineel geld wit te wassen. Langs de weg wordt van alles verkocht. We zien kramen met zorgvuldig uitgestald fruit, maar ook een oud vrouwtje dat pal in de berm van de weg een schamel handjevol komkommers probeert te slijten. En ook hier veel, heel veel reclameborden langs de weg.

28 7 9

Ook Camping Lake Shkodra, een paar kilometer voor Shkodër, heeft een bord langs de weg staan. Zodra je het bord ziet, moet je meteen afslaan. Je rijdt dan een lange gravel-weg op en al rammelend en hobbelend vraag je je af of je wel op de goede weg zit. Maar de aanhouder wint: uiteindelijk kom je uit bij een elektronisch hek. Camping Lake Shkodra ademt de luxe van een resort. De ontvangst is heel vriendelijk en de faciliteiten zijn super in orde. We zien dat er veel Nederlanders zijn. Albanië lijkt als vakantieland in opkomst te zijn.

Shkoder 2

Skorici (HR) – Bijela (MNE)

We staan redelijk vroeg op, ontbijten, lozen en tanken water en nemen afscheid van de vriendelijke eigenaar. Voor 60 euro hebben we drie nachten op deze mooie camping gestaan. De eigenaar drukt ons op het hart om bij Kotor vooral de ferry te nemen: dat scheelt een flinke omweg.

vanaf Skradin nemen we – om kilometers te kunnen maken – eerst een flink stuk tolweg richting kust. En dat gaat mooi voorspoedig.

27 7 8

We rijden door vruchtbaar, groen laagland.

27 7 10

Aangekomen bij de kust vervolgen we onze route via ‘de 8’. We staan al snel in een file. Wat is er aan de hand? We hebben geen idee. Dus sukkelen we maar geduldig mee met de stroom en genieten van het uitzicht.

Na anderhalf uur blijkt dat we in de file hebben gestaan voor de grens met Bosnië Herzegovina. Bij het verdrag van Dayton dat een einde maakte aan de burgeroorlog die hier in de jaren ‘90 woedde, werd bedongen dat Bosnië Herzegovina een opening naar zee zou krijgen. Dat heeft geresulteerd in een kort stukje kustweg waarbij je 2 x (dus eigenlijk 4 x) een grens over moet. We vangen een korte glimp op van Bosnië Herzegovina.

27 7 16

En voor we het door hebben, zijn we weer in Kroatië. Daarna rijden we verder op ‘de 8’ richting Dubrovnik.

27 7 20

27 7 18

Juist als we de oude stad zien liggen, steekt er een warme zeemist op vanuit zee. Jammer!

27 7 21

De grens met Montenegro levert ook weer de nodige vertraging op. Maar we krijgen wel lekker ouderwets een stempel in ons paspoort.

27 7 17

In totaal zijn we vandaag zeker drie uur kwijt aan grens-gedoe. Dat doet ons besluiten om de plannen te wijzigen. Het is al redelijk laat. We laten de ferry over de baai van Kotor vandaag voor wat hij is en strijken – een paar kilometer voor de ferry – neer op camping Zlokovic in Bijela. ‘s Avonds eten we in het eerste restaurant rechts aan zee een prima kippetje en een zeer matige pasta. Terug bij de camper genieten we nog lang van de bloedmooie maan.

27 7 4