Grainau (D) – Frielendorf (D)

 

IMG_1919

De ochtend breekt helder en wolkeloos aan. Papa’s oude verrekijker brengt de Zugspitze weer dichtbij. Al vroeg zijn we op weg. We nemen vlak achter Grainau de tijd voor een broodje-met-uitzicht en dan gaat het richting Noorden. We komen uit op Topplatz Frielendorf. De toegangsweg leidt ons door verlaten terrein. En eenmaal gearriveerd lijkt het niet minder uitgestorven. Er staan flink wat campers, maar waar is iedereen? De blauwe schermpjes flikkeren ons tegemoet: men zit blijkbaar achter de TV. Wat ís dat toch dat veel camperaars zodra het schemert binnen achter de schotel kruipen?

Wij zien een mooie  avond vallen. Het is koud en oorverdovend stil hier op de berg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aigen im Ennstal (A) – Grainau (D)

Na een kille nacht worden we ’s ochtends vroeg getrakteerd op een fikse hagelbui. Met ingehouden adem horen we de hagelstenen op het dak en de ramen slaan. Wát een hels kabaal! Gelukkig klinkt het erger dan het is: ons blauwe busje komt ongeschonden uit de strijd.

IMG_1881

Zo zoetjesaan wordt het tijd om richting Nederland te gaan. Maar niet voordat we nog even langs de Zugspitze zijn geweest ;-). Dus zetten we koers richting Grainau.

Regen, ‘Wir bauen für Sie’ en vakantie-files brengen ons aan het eind van een onverwacht lange reisdag naar onze bestemming.

Maar dan héb je ook wat!

IMG_1913

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bük (H) – Aigen im Ennstal (A)

Voor we koers zetten richting Oostenrijk steken we nog even aan in een plaatselijk winkelcentrum om de laatste forinten stuk te slaan en het thuisfront van (culinaire) souvenirs te voorzien.  En dan gaat het langzaam-aan langs uitgestrekte zonnebloemvelden, lege akkers en slaperige dorpjes richting grens.

De grens tussen Hongarije en Oostenrijk is verlaten en troosteloos terrein. Tijdens de koffie-met-accessoires op een zonnig terras net over de grens raadplegen we de kaarten om de verdere route uit te zetten. Wat volgt is een mooie rit langs Oostenrijkse binnenwegen. Het weer zit niet echt mee: de paar regendruppels op de voorruit gaan over in gestage motregen. Tijdens een korte stop op een verlaten bergweggetje zien we aan de bosrand de reeën fourageren.

Aan het eind van de middag bereiken we via een landelijke toegangsweg en onder steeds dreigender luchten camping Puttersee in Aigen im Ennstal. We installeren ons en maken een kort wandelingetje over het terrein richting meer. Het water is nog blak als een spiegel maar in de verte dreigt het noodweer.

Terug bij het blauwe busje draaien we – als een haas – net op tijd de luifel in en dan barst het in alle hevigheid los. We zoeken ons heil in de luwte van de receptie en zien toe hoe de omgeving kort maar hevig verdwijnt in grijze slagregen. Vlakbij klapt een luifel met een knal over een camperbus heen. De bewoners stonden rustig af te wassen in het sanitairgebouw…

Tegen de avond klaart het op en worden we getrakteerd op een prachtige zonsondergang.

 

 

 

 

Keszthely (H) – Bük (H)

De TomTom gaat op de stand ‘vermijd snelwegen’ en zo we sukkelen op ons gemak door het Hongaarse platteland.

 

Naast implantaat-tandartsen zijn thermaalbaden in Hongarije blijkbaar ook een belangrijk verdienmodel. Op de NKC-app lezen we juichende verhalen over de camperplek bij het thermaalbad in Bük. Daar aangekomen zeggen we allebei hardgrondig ‘Nee!’ Het in slagorde opgesteld staan op beton is niet ons ding. We dwarrelen in de omgeving rond en komen terecht op Camping Romantik in Bük. We worden uiterst vriendelijk ontvangen door een kordate mevrouw die ons wegwijs maakt en vertelt dat de internetverbinding het door het noodweer van de vorige dag heeft begeven. Geen probleem, wij kunnen best zonder. We mogen zelf het allermooiste plaatsje uitkiezen en eenmaal geïnstalleerd, genieten we van het groen, de rust, de ruimte en het vleugje vergane glorie. Als de avond valt, eten we in het camping-restaurant voor een prikje een heerlijk verse maaltijd.

 

De houtduiven koeren ons de volgende ochtend wakker. Hoe fijn kun je het hebben?

 

 

 

 

Keszthely (H)

We hebben heerlijk geslapen.

‘Gebakken eitje?’

‘Nou, graag!’

Tik tik tik op de rand van de pan.

‘Wel hier en daar en overal!’

‘Wat is er?’

‘Die eieren zijn @#&%$ al gekookt!’

IMG_1777

Met een broodje gekookt ei achter de kiezen zetten we al peddelend koers richting het centrum van Keszthely en het Balatonmeer. Of het gratis fietskaartje niet helemaal accuraat is of dat wij cartografisch van de vrije interpretatie zijn, is een vraag voor later. Uiteindelijk komen we aan in het oude centrum.

Je kunt niet echt in Keszthely zijn geweest zonder bezoek aan het kasteel. Om daar te komen moeten we vanaf hier een winkelpromenade in. De etalages zijn prachtig. Links en rechts van de promenade heeft de economische vooruitgang nog niet echt voet aan de grond.

We strijken neer op een terras met uitzicht op een authentiek kledingzaakje. De wind slaat geregeld onder de kledingstukken. Die moeten dan weer opnieuw worden gestyled, verhangen en gereorganiseerd. Daar is de eigenaresse drukker mee dan met klanten.

IMG_1783

Het kasteel van György Festetics maakt waar wat het de toeristen belooft. Prachtige gebouwen, prachtige tuinen. We brengen er met gemak een paar uurtjes door.

We zwalken terug langs de promenade. Verbazingwekkend hoeveel tandartspraktijken voor implantaten je kunt aantreffen op 500 strekkende meter. We eten een ijsje en pinnen voor 200 euro aan forinten. We staan er niet bij stil dat je voor 1 euro 300 forinten krijgt. Wát een enorm pak geld komt er uit de gleuf ;-). Het is lang geleden dat we buiten de Euro-zone waren en dus zijn we niet meer gewend aan coupures van 10- en 20.000.

Aan de rand van het Balatonmeer vallen we stil. Wát een prachtige weidsheid…

Langs de kant van het meer fietsen we terug richting camping. En ook hier valt het ons op dat de Hongaren een andere opvatting over ruimtelijke ordening hebben dan wij in Nederland gewend zijn. Oude meuk wordt niet gesloopt. Er wordt gewoon iets nieuw naast gebouwd.

IMG_1813 (1)

Terug op de camping is het tijd voor het knappen van een uiltje, een handwasje, een rondje netflix en een puzzeltje. En daarna kuieren we richting campingrestaurant voor (wéér) een heerlijk maaltje. Morgen verkassen we naar Bük.

 

 

 

 

 

 

 

Ptuj (SLO) – Keszthely (H)

fNa het afrekenen bij de super-vriendelijke receptioniste van camping Therme Ptuj en het lozen en vullen van (afval)water, vertrekken we op tijd richting Hongaarse grens. Het zonnetje schijnt en we worden vrolijk van het vooruitzicht naar een land te gaan waar we nog nooit zijn geweest. Eenmaal op de A5 richting de grens verandert het landschap. Het middelgebergte gaat over in heuvels die plaatsmaken voor een vlak landschap.

Ter hoogte van Lendava maken we bij een benzinestation een stop om voor de grens het benodigde e-vignet te regelen. Dat is een fluitje van een cent. Alle campers – van basic tot superdeluxe, ongeacht lengte of wielbasis – vallen onder tarief D2. Wel even een jaar je kassabonnetje bewaren, zeggen de experts. De grens tussen Slovenië en Hongarije geeft geen oponthoud. De eerste kilometers daarna is de politie langs de snelweg in vol ornaat – mét kogelvrije vesten en wapens – zeer nadrukkelijk aanwezig.

We gaan zo snel mogelijk weg van de snelweg en kachelen op ons gemakje richting Keszthely aan het Balatonmeer.

We verbazen ons over de staat van de dorpjes waar we doorrijden. Slechte wegen, veel verwaarloosde huisjes en boven de weg een wirwar van elektriciteitsdraden die op z’n houtjetouwtjes aan de huisjes vastgeknoopt lijken te zijn. Het is alsof de tijd hier al decennia stilstaat.

We komen Keszthely binnen via een bedrijvig industriegebied met fabrieken en grote winkelketens. We doen nog even een supermarkt aan. En ja hoor! Hier kennen ze ús Douwe ook.

IMG_1772 (2)

Camping Castrum heeft nog genoeg plaats en we mogen van opa, die in een soort prieeltje bij de ingang de wacht houdt, zelf het allermooiste plekje uitzoeken. Inschrijven kan morgen wel, zegt hij. ’s Avonds melden we ons in het kleine campingrestaurant. De menukaart geeft reden tot oh’s en ah’s: naast de bedragen in Hongaarse forinten staan ook de prijzen in euro’s vermeld. De soep van de dag kost (in euro’s) 1,63. Voor 6,48 bestel je een hoofdgerecht. Het eten is méér dan voortreffelijk!

 

 

 

 

 

 

 

 

Rečica ob Savinji (SLO) – Ptuj (SLO)

Het is maar een dikke 100 kilometer van Rečica ob Savinji naar Ptuj. De warmte van de afgelopen dagen lijkt voorlopig voorbij. Dikke wolken pakken zich onderweg samen. In de middag komen we aan op camping Therme Ptuj.

02720288-8D5A-4C2B-AA60-96E422357B83

Als je het terrein oprijdt, kun je linksaf het camperpark op. Rechtsaf kan ook, dan sta je lekker onder de bomen. We vinden daar een mooi plekje. Voor de plaatselijke bakker zondagrust neemt, fietsen we nog even snel het stadje in voor brood en burek.

Tegen etenstijd spoeden we ons met de paraplu onder de arm naar het restaurant van het naastgelegen thermaal-bad. Voor de luttele prijs van 10 euro kun je aanschuiven aan het buffet.

5501106A-7510-4190-9C1E-68E0EFDC95FD

Na het eten maken we een gezapig avondwandelingetje. Vlak bij de camping is een parkje aangelegd met een diepere gedachte.

 

 

Helemaal ‘zen’ rollen we de het blauwe busje weer in. Het duurt niet lang of ook de houtduiven staken hun roekoe. Weltrusten!

 

 

 

Rečica ob Savinji (SLO)

Als je midden op zo’n drukke camping staat, is er de hele dag reuring om je heen. Een tienermeisje staat in tranen een half uur lang bevroren van angst op een hoog klimplateau, de overbuurman vindt het ook vandaag weer nodig zijn kleuterzoontje uit te schelden, het is even zoeken naar een toilet dat niet overstroomd is en de Frozen Yoghurt-mevrouw parkeert haar rijdende winkeltje met de uitlaat bijna ín ons busje. Never a dull moment, hier ;-).

IMG_0054

Aan het eind van de dag zijn we het wel eens: camp Menina is leuk, maar niet echt onze plek. Hongarije, here we come!

Bled (SLO) – Rečica ob Savinji (SLO)

Een andere parel van Slovenië is het meer van Bohinj. We vertrekken rond half 11 van camping Sobec met als doel camp Zlatorog. Als je de route via Bled neemt, kijk dan vooral even op rechts: je komt dan voorbij een Dino-park in de categorie ‘vergane glorie’. Als je geluk hebt, piept er nét een bewegende, plastic Tyrannosaurus Rex tussen de bosjes door 😉

De route naar het meer van Bohinj voert ons langs mooie vergezichten. Het Nationaal Park Triglav – waar de Bohinj-vallei deel van uitmaakt – ligt in het Noord-Westen van Slovenië in de Julische Alpen.

downloadLangs de zuidkant van het meer volgen we de route naar Camp Zlatorog. De weg wordt steeds smaller en langs de weg wordt het steeds drukker met parkerende dagtoeristen.  Op een gegeven moment zien we in het bos – dat steil afloopt naar het meer – allemaal kleurige koepeltentjes kriskras tussen de bomen staan. ‘Kijk! Hier is vast een festivalterrein!’ roepen we tegen elkaar. Het blijkt echter camp Zlatorog te zijn dat mudjevol staat. Misschien dat er ergens nog 2 vierkante meter over is voor een pop-up tentje, maar voor ons blauwe busje is zeker geen plek.

We vervolgen de weg naar boven richting de Savica waterval. De weg wordt steeds smaller en steiler. Het bos omringt ons steeds donkerder. We verwonderen ons over het witte gesteente dat je overal tussen de bomen ziet. Het zonlicht dat tussen de bomen op het gesteente weerkaatst, geeft het bos een bijzondere sfeer.

De weg naar boven wordt zó smal, dat elkaar passeren bijna niet meer mogelijk is. De pendelbus vol campinggasten – formaat touringcar – die ons vlak na Camp Zlatorog passeerde, moet ondertussen weer op weg naar beneden zijn. Bij elke bocht houden we ons hart vast of we hem tegenkomen.  Het geluk is met ons en we bereiken het eind van de weg. Vanaf hier is het lopend en klimmend een half uurtje naar de waterval. Op het stampvolle parkeerterrein proberen vriendelijke Sloveense jongeren de aan- en afvoer van het verkeer in goede banen te leiden. We draaien een rondje over het parkeerterrein en besluiten weer weg te gaan. Te vol. Te druk.

We wenden de steven naar het oosten. Het wordt een prachtige rit binnendoor, weg van de snelweg.

Terwijl we richting het oosten zwerven, bepalen we via internet onze komende stop: camping Menina in Rečica ob Savinji.

‘Probably the best holiday&sportpark in the world!’ juicht de camping via de website haar klanten toe. Daar kunnen we ons wel iets bij voorstellen, zeker als je (puber)kinderen bij je hebt. Er zijn op het levendige terrein talloze meer of minder sportieve activiteiten te ondernemen. Of je nu wilt zwemmen, raften, klimmen, een terrasje wilt pakken of een wandeling wilt maken, het kan allemaal. De sfeer is ongedwongen. Vooral veel Nederlanders weten de weg naar Rečica ob Savinji te vinden en dat maakt de camping tot een – drukke – Nederlandse enclave. De uiterst vriendelijke Nederlands sprekende medewerker wijst ons een plek ‘centre ville’ toe, te midden van Nederlandse gezinnen die helaas niet allemaal in harmonie van hun vakantie genieten.  Onder het genot van een koude pivo genieten wij gezellig mee.

IMG_1762

 

 

 

 

Afritz (A) – Bled (SLO)

Vanuit Afritz ben je in no-time bij de Tauerntunnel. Op de laatste rastplatz voor de Tauern zetten we het blauwe busje noodgedwongen aan de kant: het regent zó hard dat we nauwelijks nog een hand voor ogen zien. We benutten de stop voor een broodje en een bakje koffie. Aan het eind van de tunnel gloort uiteindelijk het licht: het is weer droog en zonnig. Het is een aanrader om ook vlak voor de Karawankentunnel nog even een pitstop te maken. Je treft er een epische raststätte aan in de vorm van 3 geschakelde zeecontainers. Een hoogbejaarde dame op een plastic tuinstoel baat in één van de containers de toiletten uit. In de andere twee is een mini-market ondergebracht die strikte regels hanteert over in- en uitgang en waar een loeiende airco de communicatie over de aankoop van de veel te dure broodjes, gebakjes en drankjes bijna onmogelijk maakt. Wij stinken er natuurlijk met open ogen in, maar de reuring op het parkeerterrein maakt alles goed ;-).

img_1720-e1505932861820.jpg

De lichte tunnelangst van de helft van ons wordt weer overwonnen en dan kachelen we zonnig Slovenië in. Een paar kilometer voor Bled rijden we ons vast in de file.

IMG_1724

Zo snel mogelijk linksaf dan maar, richting camping Sobec. En dat blijkt een schot in de roos. Voor Sloveense begrippen is Sobec een grote camping, maar op het terrein merk je daar weinig van. De plekken – waaruit je zelf de mooiste mag kiezen – zijn ruim en het terrein is rijk aan voorzieningen. Water, toiletten, sani, restaurant en winkel zijn dichtbij. Stiekem moeten wel even gniffelen over het feit dat er ook rekening wordt gehouden met campinggasten die zelfs tijdens de vakantie hun auto willen wassen: de hogedrukspuit en wasborstel hangen paraat bij het toiletgebouw.

IMG_1732

In de middag pakken we de fiets richting Bled. Op de kaart een makkelijk ritje van 3,5 kilometer. De werkelijkheid is anders: we lopen zeker 3 kilometer met de fiets aan de hand. Ook al zie je het op het eerste oog niet, het gaat de hele rit gemeen omhoog. Tel daarbij op dat de thermometer meer dan 35 graden aantikt en de conditionele uitdaging is compleet. We bereiken het stadje op karakter 😉

IMG_1725

Het meer van Bled, het eilandje en de burcht laten zich graag fotograferen. Het stadje zelf drijft op toerisme. We willen iets drinken op een terras, maar worden door een boze ober weggebonjourd omdat we aangeven (nog) niet te willen eten. De Radler en de cola-light op een ander – wel gastvrij – terras aan het meer verdampen in de hitte bij de eerste slok. Hoe fotogeniek ook, Bled is niet echt onze plek. Binnen het uur zitten we weer op de fiets. De omgekeerde volgorde van de route bevalt prima. We gaan als een speer berg-af en zijn in 20 minuten weer op de camping. In de campingwinkel scoren we heerlijk brood en lekkere cevapcici. De avond valt in alle rust.